Schrijven

Eigenlijk schrijf ik niet graag. Het is een worsteling, het is een confrontatie met mijn beperkingen. Inspiratie kan namelijk wel rond te lijken waren, en ik kan wel proberen mijn antennes op te zetten, als een onzichtbaar gewei op mijn hoofd, maar wat ik kan opvangen en wat ik weet om te zetten in woorden, is steeds onvolmaakt, beperkt, voorlopig, een poging. En ik heb moeite met onvolmaakt, beperkt, voorlopig, een poging. Als ik er geen moeite mee had, zou ik misschien wel graag schrijven. Ik zou graag graag schrijven. Er is veel dat bij schrijven hoort, bij het leven van een schrijver, dat mij erg aanspreekt.

Namelijk:

Als schrijver ben je een handelaar in inspiratie. Je zoekt inspiratie, je geeft er een nieuwe vorm aan, met de bedoeling die vorm als inspiratie te verkopen aan een publiek. Als schrijver creëer je. Je maakt iets wat er eerst niet was. Als schrijver moet je zorgen voor ruimte in je hoofd, niets moet en alles kan. Ik heb altijd het beste gewerkt op zondag, ook al had ik ook tijd op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag. Op die dagen moest het van mezelf, en dan zat ik daar verkrampt aan mijn bureautje, te worstelen, geconfronteerd te worden met mijn beperkingen. Of mij schuldig te voelen omdat ik toch wat anders deed. Mijn horoscoop bekijken van de volgende week.

Op zondag mocht ik wat anders doen, en groeide dat onzichtbare gewei ongevraagd aan mijn hoofd. Dan zag ik ineens welke dingen moesten samenkomen. Creëren is dingen laten samenkomen. Kunstenaars zijn naar het schijnt 1) nieuwsgierig, en daarom oplettend, waarnemend, en 2) goed in het maken van associaties die er eerder nog niet waren. Ik weet niet of schrijvers kunstenaars zijn, volgens bepaalde definities wel en andere niet. Als er gesproken wordt over ‘kunstenaars en schrijvers’ dan worden schrijvers op dat moment niet beschouwd als kunstenaars – en kunstenaars waarschijnlijk alleen als beeldende kunstenaars. Anderzijds, iedereen observeert en associeert, dus iedereen creëert, en is in zekere mate kunstenaar. Lijnen zijn niet altijd duidelijk te trekken en misschien moeten we het ook niet zo vaak willen doen, categoriseren.

Maar dus als schrijver moet ik elke dag doen alsof het zondag is. Dat spreekt me erg aan. Ik denk dat het ook gezond is.

Als schrijver ben je niet gebonden aan een vaste werkplek, en reizen is bevordelijk voor de inspiratie en de ruimte in het hoofd. Dat klinkt aantrekkelijk voor iemand die, zoals ik, graag onderweg is.

Schrijven heeft te maken met taal. Voor zover ik een vak heb, een duidelijke interesse in de werking van iets, een zekere expertise, heeft dat te maken met taal. Met het analyseren van hoe taal gebruikt wordt,  en hoe klanken (in de ruimte) en letters (op papier of scherm) geschikt worden. Daar beginnen onze taalbouwsels, bij fonologie en fonetica, maar de toepassingen van taal zijn uiteindelijk oneindig natuurlijk. Taal heeft onze hele geschiedenis bepaald. Als we geen taal hadden ontwikkeld, waren we al lang uitgestorven als soort. 

Schrijven heeft te maken met onderzoek van de wereld en met zelfonderzoek. De wereld beter leren kennen, en jezelf beter leren kennen: misschien is het wel een definitie van ‘leven’. Niet van ‘in leven blijven’. Juist meer dan dat. Schrijven zou kunnen betekenen: ten volle leven.

Ik denk dat schrijven ook therapeutisch kan zijn. En ik weet dat dat niet mag. Kunst mag niet gepleegd worden om jezelf te redden, als je dat zegt gaan de echte kunstenaars steigeren. Maar ik snap die logica echt niet. Ik denk dat de meeste echte kunstenaars kunst plegen om zichzelf te redden. Of omdat ze niets anders kunnen.

Over elke dag doen alsof het zondag is: het zou ook kunnen dat de worsteling en de confrontatie van al die andere dagen nodig was om op zondag, rustdag, het resultaat daarvan via het gewei te laten binnenglijden.

Eigenlijk denk ik dat het zo gaat. Het wroeten in het donker hoort er gewoon bij. Als schrijver moet je dat kunnen aanvaarden, dat je aan het wroeten bent, niet weet waar je mee bezig bent, vertwijfeld raakt, en ongemakkelijk toch maar weer vacatures bekijkt op het net, omdat je denkt dat je misschien toch veel gelukkiger zou zijn met een echte baan. En daarvoor betaald te worden. Hoe geruststellend. Niet elke dag moeten beslissen of je een schrijver bent, of je meer of juist minder moet proberen, meer discipline nodig hebt of meer yoga. Meer afzondering of juist meer verstrooiing.

Gaan werken betekent collega’s hebben, sociaal contact dat je niet moet organiseren. Gaan werken betekent structuur, werktijd die je niet zelf moet indelen. Gaan werken betekent de deur uitgaan, de trein nemen, de wereld ontmoeten. Gaan werken betekent confrontaties, dingen moeten doen waar je geen zin in hebt, en dan voldoening ervaren omdat je ze toch gedaan hebt. Gaan werken betekent ook ‘soms niet gaan werken’, je vrije tijd verdiend hebben, en blij zijn om eens lekker thuis te zijn.

Voor een schrijver betekent werken altijd vrije tijd hebben en lekker thuis zijn. Wat mankeert is: het verdiend hebben. Wat mankeert is: de alle twijfels en tegenargumenten wegblazende overtuiging dat je een schrijver bent. Moeilijk.

Ik denk dat ik gelukkiger zou zijn met een echte baan.

Dit is het eerste hoofdstuk van Mensen (werktitel), het boek waar ik op dit moment aan werk. Het gaat om fictie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar boven