Welke verantwoordelijkheid?

Als de rector van UGent beslist om over te gaan naar code rood en zegt dat hij daarmee ‘zijn verantwoordelijkheid’ neemt, dan vraag ik me af: welke verantwoordelijkheid?

Mijn observatie (als docent aan de Arteveldehogeschool in Gent) is dat juist binnen de gebouwen van de onderwijsinstelling studenten elkaar in een veilige setting kunnen ontmoeten. Er zijn regels over afstand en er worden mondkapjes gedragen; studenten ontsmetten zelf hun tafels voor het begin van de les. Ik verbaas me over hoe goed ze dat allemaal doen. En ik ben ontzettend blij, eigenlijk ook trots en zelfs ontroerd, als mijn school en mijn directeur andere keuzes maken. Keuzes om verbinding en menselijkheid te bewaken. Er is het inzicht dat niet alles is af te lezen in grafieken. Dat wij meer zijn dan meetbare gegevens.

De rector van UGent wil het virus buiten zijn gebouwen houden, en dat is niet moeilijk. Zorg dat er geen mensen in je gebouwen zijn, en er zal ook geen virus zijn. Of er netto minder mensen besmet worden op die manier? Of dat echt verantwoordelijkheid nemen is? Als de studenten niet in de gebouwen van Ugent zijn, zijn ze wel ergens anders – niet in een kluis. Ergens waar alles misschien minder netjes gereguleerd is. 

Studenten zijn jonge mensen die volwassen aan het worden zijn, die hun identiteit aan het vormen zijn, die contacten nodig hebben en referenties. Een lief misschien. Jonge mensen willen de wereld ontdekken. Dat is moeilijk nu. Ze moeten de wereld ontdekken vanachter een mondkapje, of vanachter een scherm. Het is ook een ontzettend verwarrende wereld, al complex genoeg zonder virus, die ook nog eens letterlijk in brand staat en overstroomt. Begin er maar aan. 

Die jonge mensen worden binnenkort ook werkende mensen en beleidsmakers. Het zou goed zijn als ze daarvoor nog de mentale weerbaarheid voelen, het geestelijk evenwicht, en gewoon de goesting.

Ik denk dat we moeten stoppen met alleen maar kijken naar de cijfers, waarin we met z’n allen worden opgenomen als gezond, ziek of dood. Omdat die cijfers
– alleen maar gaan over hoe het (nu) met ons lichaam is gesteld
– geen rekening houden met leeftijd
– niet gaan over levenskwaliteit

Ik denk ook dat we moeten stoppen met vinden dat we niet dood mogen gaan. We gaan dood. Van nature. Gemiddeld als we rond de tachtig zijn. Soms pijnlijk veel vroeger. Als ik voor mezelf mag spreken: ik hoef niet zo oud mogelijk te worden. Ik word graag door een virus gehaald voor ik met een luier om mijn kinderen niet meer herken. En voor ik door dat virus gehaald word, wil ik leven, samen met andere mensen, die ik mag aanraken, in een wereld die ik herken. Niet in een wereld waarin we collectief depressief geworden zijn, door vervreemding en isolement.

Of we fysiek gezond, ziek of dood zijn, kan in cijfers worden weergegeven. De mentale ‘collateral damage’ (op langere termijn) die de maatregelen veroorzaken, is moeilijk in cijfers weer te geven en wordt naar mijn inzien grandioos onderschat. Deze hele kwestie gaat over leven. En wat is leven? Volgens mij iets met andere mensen, in verbinding.

Ik denk dat de achttienjargen nu een – vaak onnodig – hoge prijs moeten betalen om de tachtigjarigen te redden. Het zijn de achtienjarigen die oplossingen zullen moeten bedenken voor de wereld die de tachtigjarigen achterlaten. Natuurlijk moeten we de achtienjarigen oproepen om hun verantwoordelijkheid te nemen, en dus maatregelen in acht te nemen, maar ik denk dat we juist daarvoor de verbinding met hen moeten bewaken, en dat de gebouwen van onze onderwijsinstellingen daar de beste plek voor zijn. Gedeeltelijk online gaan helpt om genoeg lucht over te laten in de gebouwen. Het vervangt niet het oogcontact, de spontane glimlach, de toevallige ontmoeting, de warmte en menselijkheid, die op een campus – ook met maatregelen – hun plaats kennen.

Verantwoordelijkheid nemen is niet de deuren sluiten. Verantwoordelijkheid nemen is de deuren openhouden, verder kijken dan cijfers, verder denken dan vandaag. Moedige en genuanceerde beslissingen nemen. Zorgen voor onze mensen van morgen. 

Terug naar boven