Reizen in het klein II

Gisteren heb ik in Antwerpen een oud vrouwtje geholpen. Ze liep met haar boodschappen op het voetpad en ik zag haar achterover hellen alsof ze de limbo zou gaan dansen. Ik zei: Ow, mevrouw, gaat het? Niet echt, zei ze. Ik hield haar ondertussen aan de kraag van haar natte mantel omhoog. We hadden net allebei, nog voor we een vermoeden hadden van de ontmoeting die we zouden hebben met elkaar, een hevige regenbui over ons heen gekregen. ’t Was gelukkig een heel klein en dun vrouwtje. Of ik even kon meegaan tot twee huizen verder. Dat deed ik. Met haar boodschappen en paraplu in mijn andere hand. Aan de ingang van haar appartementsgebouw wilde ze haar spullen weer overnemen om alleen naar binnen te gaan. Ondertussen hing haar jas nog steeds aan mijn hand met haar erin. Ik: ik zou toch graag hebben dat u zit voor ik u alleen laat. Zij: Ah ja, wildu nog meegaan? Ik: maar ja, en kundu iemand opbellen? Samen in de lift en ik heb echt geen hand vrij om mijn mondkapje op te zetten. In haar appartement help ik haar met haar jas uitdoen, en haar foulard, en gaat ze op een stoel aan de tafel zitten. Ik zeg: gaat u iemand opbellen? Straks, zegt ze. Dan laat ik haar maar zitten, zeg dat ik mijn trein moet halen. Ze zegt dat ik heel erg bedankt ben. ’t Is niets, zeg ik. Ik doe al graag eens iets anders dan wat ik ’s morgens al in gedachten had. Dat laatste zeg ik niet luidop.

Wat me een beetje tegenvalt: ik dacht dat een mens heel gelukkig werd van een (onverwachte) goede daad verrichten. Ik voel me niet echt gelukkiger als ik het appartement van het oude vrouwtje weer verlaat. Omdat ik wel even wilde helpen maar toch ook mijn trein nog wilde halen? Had ik even bij haar moeten blijven zitten, haar wat laten vertellen, ontdekken dat ze niemand had om op te bellen? Het zou ook kunnen dat ze erna op de grond gevallen is en haar heup gebroken heeft. Misschien was ze zo dun omdat ze niet meer in staat was om eten te maken voor zichzelf?

Als ik bij het station kom, blijkt mijn trein te zijn afgeschaft. Een persoon is aangereden op mijn lijn. Ik moet over Mechelen terugkeren naar Gent en ben alsnog veel later thuis dan ik had gewild. Ik denk dat ik wat langer bij het vrouwtje had moeten blijven. Misschien was er dan ook niemand aangereden op mijn lijn.

Terug naar boven