De hond blaft omdat de reeën dichterbij komen

Levis heeft de speksteenkachel aangestoken. Eerst wil ik erin kruipen, zo koud heb ik het gekregen van toch buiten blijven zitten, in de zon, maar ook in de schrale wind die hier niet tegengehouden wordt. Alleen maar velden rond het huis van Levis. Verderop bossen. Een verharde weg loopt tot aan zijn huis, daarna wordt het een karrenspoor, tussen de velden, tot aan de bossen. We zien elkaar voor de derde keer. 

Ik trippel van de kou als ik in de keuken de forellen prepareer. Ik had voorgesteld om te barbecueën, gevraagd of hij een vuurplaats had in zijn tuin, mijn gewatteerde botten in mijn auto gestoken, en een warme deken. Ik ben verkleumd voor ik mijn attributen heb bovengehaald, en voor Velis het vuur buiten heeft aangestoken. Hij heeft het vuur binnen aangestoken. Velis weet waar hij het vuur moet aansteken.  

Het wordt donker buiten en ook binnen hebben we slechts enkele lichtjes branden. De vlammen van het vuur zorgen voor gloed op onze gezichten. Buiten laten onze beider honden af en toe van zich horen. Mijn oude stadshond krabt aan de keukendeur omdat ze binnen wil, laat zich dan weer afleiden door zijn onvermoeibaar rondspringende reu. Twee Goldens.  

De forellen gaan verpakt in zilverpapier met ui en citroen in de oven van ons kampvuur binnen: een schap tussen de vlammen en de bovenkant van de kachel. De olijfolie begint meteen te sissen. We drinken rode wijn in kleine glaasjes uit Italië. 

We gaan op stoelen zitten voor het vuur, tegenover elkaar. Mijn voeten gaan op zijn stoel langs zijn lichaam. Hij streelt mijn benen. Levis heeft mooie handen. Er is iets uitzonderlijks gebeurd bij de creatie van Velis. Er zijn dingen bij elkaar gekomen, genen en krachten. Contingentie, denk ik. Dat woord zeg ik niet. Ik spreek ook niet over de predicaten die ik hanteer, ‘lief en lijflijk’, als ik hem voor mezelf beschrijf. Uitgekozen op alliteratie. Ik zeg wel dat ik hem zie als een man die in verbinding is met de elementen, dat ik ervan hou als hij me vasthoudt, omdat hij dat zo stevig doet, dat ik het zo heel erg mooi en zelfs ontroerend vond, de onstuimigheid waarmee hij me begroette toen we elkaar voor de tweede keer zagen, alsof hij van plan was om me niet meer los te laten. Dat ik het zo heel erg mooi vond dat we elkaar in het echte leven toevallig ontmoetten, dat ik zo verwonderd was omdat daar plots zo een heel ander soort man aan mijn deur verscheen, om een opmeting te doen en een offerte te maken. Niet het type stielman, dat ik op dat moment verwachtte, en niet het type intellectueel van tien jaar ouder, dat ik in het algemeen in mijn leven verwacht.  

‘Een heel ander soort man’, zo zeg ik dat blijkbaar dan. ‘Een heel fysieke man’, zei ik ook tijdens onze wandeling na die onstuimige begroeting. Dat ik daar nieuwsgierig naar was. Dat ik hem daarom nog een keer had willen zien, dat ik daarom graag eens door de bossen wilde lopen met hem. In de natuur, uiteraard. Hij is een man van de natuur. Zo bleek ook toen hij steeds de reeën spotte in de verte in dat bos, terwijl ik nadacht over contingentie en predicaten, en ondertussen ook naar hem luisterde. Hij vertelde over de landen waar hij had gewoond, de baantjes die hij had gehad. Dat was in van alles geweest, van horeca tot chauffeur, en nog veel meer. 

‘De jager’, zei ik, toen ik op zijn aanwijzing net op tijd opkeek om de reeën ook te zien. Ik bedoelde: evolutietheorie, een man is geselecteerd op zijn vermogen om prooi te spotten. Hij zei: ‘Nee, ik ben geen jager.’ 
Ik zei: ‘Nee, dat bedoel ik niet.’ 
 
Als we de forellen opeten, in kleermakerszit op de bank – er is geen conventionele eettafel in het huis van Levis – begint een hond in de verte te blaffen.  
    ‘Is dat jouw hond?’  
    ‘Hij blaft omdat de reeën dichterbij komen.’ 

Ik wil zeggen dat ik dat zo een mooie zin vind, en zo een mooi gegeven. We zitten in een huis op de prairie bij het vuur, buiten is het koud en donker, en de hond blaft omdat de reeën dichterbij komen.  

Onwennig om geen gesprekken te voeren over persoonlijke ontwikkeling en over gelezen boeken. Over ons werk hebben we ook niet zoveel uit te wisselen met elkaar. Hij vertelt wel af en toe dat hij niet wil blijven doen wat hij doet, dat hij een finca wil kopen in Andalusië. En weer wil reizen. Eerder heeft hij me ook de leren armbanden laten zien die hij in Marokko liet maken, om hier te verkopen. En dan gaat het even, omdat ik iets vraag over die foto met Naomi Campbell, over de klussen die hij heeft gedaan als model. Dat hij dat zelf niet wilde, dat hij er steeds voor gevraagd werd, en het dan toch maar had gedaan. Ja, dat hij ook dat bedoelde als hij had gesproken over baantjes ‘in een beetje van alles’. Dat het ook wel tof was geweest.  

We zitten ondertussen weer op de stoelen bij het vuur. Hij streelt mijn benen. We hebben niet veel meer te zeggen. Ik heb hem al een paar keer discreet zien gapen.  
   ‘Ik ga weer een keer naar Gent rijden,’ zeg ik. 
   ‘Da’s goed,’ zegt hij. 

We lopen met de honden om het huis naar mijn auto. Die van hem rondspringend van enthousiasme alsof we weer een wandeling gaan maken. Als die van mij moeizaam in de kofferbak is geklauterd, nemen we afscheid. Hij drukt mij stevig tegen zich aan zoals ik het graag heb. En dan een kus. Het wordt kussen. Lang en toegewijd en vurig en heerlijk, en op een manier ook zo vanzelfsprekend en vertrouwd. Vooral heerlijk. Hoe hij mijn hele lijf naar zich toetrekt en vasthoudt.  
    ‘I go,’ zeg ik uiteindelijk. En hij laat me gaan. Als ik wegrijd zie ik hem met zijn hond wandelen op het karrenspoor tussen de velden, in de richting van de bossen.  
 
Ik weet niet wat Levis komt doen in mijn leven. Ik weet het wel. Ze moet van het hoofd naar het lijf. En heeft hij dan nu de boodschap gebracht en moet ik vanaf hier de leerstof maar zelfstandig verwerken? Moeten we elkaar nog zien, en heb ik de full experience nodig van ‘de fysieke man’? Ga ik dan gehecht raken en verward omdat ik niet helemaal zie dat wij ook een relatie zouden kunnen hebben. Of kan dat wel? Is lief en lijfelijk genoeg? Uitzonderlijk knap met krullen meegenomen? De sixpack geen obstructie? Van het hoofd naar het lijf betekent waarschijnlijk dat ik er nu niet over na moet denken.  

Terug naar boven