Ik zie mezelf graag

Ik zie mezelf graag als ik zit en een mooie zin neerschrijf. Dat te kunnen, een stoel te hebben, en een tafel, en papier, en een pen, en licht, en zesentwintig letters, die zich voor het eerst ooit precies in deze volgorden achter elkaar laten zetten. Dan voel ik een beetje, en soms heel veel, de verwondering. Die heerlijk verwondering.

Ik denk tegenwoordig dat het toch vooral dat is dat mij kan oplichten als het weer gaat schemeren in mijn hoofd. De verwondering. Het liefst over de mensen die ik ontmoet, van ver of van dicht, of van heel dicht. Maar het kan mij ook angstig maken. Als ik heel verwonderd ben dan wil ik meer van die andere mens. En dan ben ik bang dat die andere mens niet meer wil van mij. Of maar heel even. En dat ik dan alleen zal achterblijven met mijn verwondering. Waarschijnlijk voel ik dan geen verwondering meer, maar een gat waardoor de verwondering is weggelopen. Een leeg bad dus ben ik dan geworden.

Terug naar boven